Exquintia
Waarom twee identieke fabrieken toch een andere zonering kunnen hebben
Terug naar blog
Zonering2026-08-183 min

Waarom twee identieke fabrieken toch een andere zonering kunnen hebben

Twee fabrieken. Dezelfde grondstof. Dezelfde installatie. Dezelfde productiecapaciteit.

Toch kan de gevarenzone-indeling volgens de EN IEC 60079-serie volledig verschillen.

Dat lijkt tegenstrijdig, maar is precies hoe explosieveiligheid bedoeld is.

Een gevarenzone wordt namelijk niet bepaald door het type fabriek of de naam van een installatie. Ook een eerder uitgevoerde zonering is geen blauwdruk die eenvoudig kan worden gekopieerd. Een zonering is altijd het resultaat van een technische beoordeling van de werkelijke situatie.

Daarbij spelen veel meer factoren een rol dan vaak wordt gedacht. De eigenschappen van de stof, de emissiebron, de emissiegraad, de procesdruk, de procestemperatuur, de ventilatie, de bedrijfsvoering, de frequentie van vrijkomen, de onderhoudsstrategie en zelfs kleine constructieve verschillen kunnen de omvang of zelfs het bestaan van een explosiegevaarlijke zone beïnvloeden.

Neem twee ogenschijnlijk identieke fabrieken. In de ene installatie worden appendages preventief vervangen, worden lekkages direct verholpen en is de ventilatie aantoonbaar effectief. In de andere installatie worden dezelfde werkzaamheden reactief uitgevoerd, is de ventilatie minder effectief en zijn de procescondities gedurende de levensduur gewijzigd. Op papier lijken beide installaties gelijk, maar vanuit explosieveiligheid zijn het twee verschillende situaties.

Dat is ook de reden waarom de EN IEC 60079-10-1 voor gas en damp en EN IEC 60079-10-2 voor brandbare stoffen geen standaard zoneringen voorschrijven. De normen beschrijven een beoordelingsmethodiek waarmee de deskundige de feitelijke situatie analyseert en onderbouwt. Engineering, praktijkervaring en vakkennis zijn daarbij minstens zo belangrijk als het toepassen van de norm zelf.

Voor asset owners en beheerders heeft dit een belangrijke consequentie. Een zoneringsrapport is geen document dat na oplevering in een archief verdwijnt. Het vormt een essentieel onderdeel van het beheer van de installatie en moet worden beoordeeld wanneer procesomstandigheden, installaties, ventilatie, producten of bedrijfsvoering veranderen. Wat gisteren een juiste zonering was, hoeft dat morgen niet meer te zijn.

Misschien is dat wel de belangrijkste les. Explosieveiligheid draait niet om het kopiëren van een zonering, maar om het begrijpen waarom die zonering is vastgesteld. De waarde van een gevarenzone-indeling wordt uiteindelijk niet bepaald door de tekening, maar door de kwaliteit van de technische beoordeling die eraan ten grondslag ligt. Juist daardoor kunnen twee ogenschijnlijk identieke fabrieken terecht een verschillende zonering hebben.

Bronnen

  • Richtlijn 1999/92/EG (ATEX 153)
  • Richtlijn 2014/34/EU (ATEX 114)
  • EN IEC 60079-10-1:2021 – Explosieve atmosferen – Classificatie van gebieden met explosieve gasatmosferen
  • EN IEC 60079-10-2:2026 – Explosieve atmosferen – Classificatie van gebieden met explosieve stofatmosferen
  • EN IEC 60079-14:2024 – Ontwerp, selectie en installatie van elektrisch materieel
  • EN 1127-1 – Explosieve atmosferen – Explosiepreventie en -bescherming
  • NPR 7910-1:2020+C1:2021
  • NPR 7910-2 (actuele editie)