Exquintia
Het gevaarlijkste gas is vaak het gas dat niemand als gevaarlijk herkent.
Terug naar blog
Gasveiligheid2026-09-034 min

Het gevaarlijkste gas is vaak het gas dat niemand als gevaarlijk herkent.

Wanneer het over explosieveiligheid gaat, denken de meeste mensen direct aan waterstof, aardgas of LPG. Stoffen waarvan vrijwel iedereen weet dat ze brandbaar zijn en waarmee voorzichtig moet worden omgegaan.

De praktijk is echter vaak anders.

Explosieve atmosferen ontstaan regelmatig door stoffen die dagelijks worden gebruikt en daardoor als vanzelfsprekend worden beschouwd. Ethanol in de farmaceutische industrie. Isopropanol tijdens reinigingswerkzaamheden. Aceton in laboratoria. Oplosmiddelen in de verfindustrie. Aroma's en extracten in de voedingsmiddelenindustrie. Stoffen die bekend zijn, vertrouwd aanvoelen en daardoor soms minder kritisch worden benaderd dan ze verdienen.

Dat is precies waar explosieveiligheid begint.

Niet bij de naam van een stof, maar bij het begrijpen van haar fysische eigenschappen. De dampspanning, het vlampunt, de explosiegrenzen, de minimale ontstekingsenergie, de zelfontbrandingstemperatuur en de wijze waarop de stof binnen het proces wordt gebruikt, bepalen samen of een explosieve atmosfeer kan ontstaan. Dezelfde stof kan onder verschillende procesomstandigheden volledig veilig zijn of juist een explosiegevaar opleveren.

Daarom is het ook niet mogelijk om uitsluitend op ervaring te vertrouwen. Een oplosmiddel dat jarenlang zonder problemen is toegepast, kan na een proceswijziging, een hogere procestemperatuur of een gewijzigde ventilatie ineens tot een geheel andere risicobeoordeling leiden. Niet omdat de stof is veranderd, maar omdat de omstandigheden zijn veranderd.

Juist daarom beschrijven de EN IEC 60079-10-1 en EN IEC 60079-10-2 geen lijst met gevaarlijke stoffen. De normen beschrijven een beoordelingsmethodiek waarmee wordt vastgesteld of en onder welke omstandigheden een explosieve atmosfeer kan ontstaan. De beoordeling richt zich op de combinatie van stofeigenschappen, emissiebronnen, ventilatie en procescondities. Dat maakt iedere situatie uniek.

Misschien is dat wel de belangrijkste les binnen de explosieveiligheid. Een stof is niet gevaarlijk of ongevaarlijk op basis van haar naam. Het risico wordt bepaald door de combinatie van eigenschappen, concentratie en procesomstandigheden. Juist de stoffen die dagelijks worden gebruikt, verdienen daarom dezelfde technische aandacht als de gassen die iedereen direct met explosiegevaar associeert. Explosieveiligheid begint niet bij herkenning, maar bij kennis.

Bronnen

  • Richtlijn 1999/92/EG (ATEX 153)
  • Richtlijn 2014/34/EU (ATEX 114)
  • EN IEC 60079-10-1:2021 – Classificatie van gebieden met explosieve gasatmosferen
  • EN IEC 60079-10-2:2026 – Classificatie van gebieden met explosieve stofatmosferen
  • EN 1127-1 – Explosiepreventie en -bescherming
  • Veiligheidsinformatiebladen (SDS) van de gebruikte stoffen
  • ECHA (European Chemicals Agency) – stofeigenschappen en classificatie

#Explosieveiligheid #ATEX #Procesveiligheid #ChemischeIndustrie #FarmaceutischeIndustrie #Voedingsmiddelenindustrie #Engineering #IEC60079 #AssetIntegrity #RiskAssessment #ProcessSafety #IndustrialSafety #exquintia #exquintia.com